was successfully added to your cart.

Het Curlingsyndroom

By 21 april 2016 Geen categorie

Of: Hoe neem je alle obstakels weg bij kinderen

Een van de meest wonderlijke wintersporten is wel Curling. Hierbij wordt een steen over het ijs geschoven om op de juiste wijze in een doel te komen. Eén speler geeft een zet aan de steen, die vervolgens over het ijs beweegt. Zijn twee medespelers zijn voortdurend bezig de obstakels op het ijs weg te vegen met bezems zodat de steen zo onbelemmerd mogelijk kan bewegen.

Het is een mooi beeld over wat ik meemaak in de praktijk hoe ouders met hun kinderen omgaan. Zij menen dat de jeugd voor een kind alleen leuk moet zijn, maar hoezeer ik het daarmee eens ben dat een jeugd voldoende leuk moet zijn: ouders hebben ook nog een andere taak. Namelijk, de medeverantwoordelijkheid dragen voor de ontwikkeling van het kind.

Bij een kleine baby is die verantwoordelijkheid van de ouders 100%, maar als kinderen groter worden wordt die verantwoordelijkheid steeds minder tot 0% als het kind volwassen (18 jaar) is geworden. Zo ben je als ouders nog maar gedeeltelijk verantwoordelijk als je puber kattenkwaad uithaalt.

Prinses op de erwt

Recentelijk was een moeder stomverbaasd toen zij tijdens het consult te horen kreeg dat ze haar kind niet gelukkig kon maken. Je kunt wel voorwaarden scheppen voor de ontwikkeling en het gelukkig zijn van je kind, maar dat betekent nog niet dat een kind gelukkig is.

Denk aan het sprookje van de Prinses op de Erwt. De prinses ligt al op 19 matrassen en ze voelt nog steeds de erwt. Als ouders heb je dan twee mogelijkheden: òf je legt er nog een matras op (waarschijnlijk zal ze dan nog steeds de erwt voelen) òf je haalt de overbodige 18 matrassen eraf en zegt dat ze de keus heeft om op de erwt te liggen of in een hoepel gevouwen eromheen. Ook een prins of prinses zal opgevoed moeten worden, anders wordt hij of zij later een tiran, waarover dan weer een nieuw sprookje verteld kan worden.

Overbeschermend

Er is onderzoek gedaan naar wat het overbeschermend zijn van ouders doet met kinderen. Er blijken vooral twee vormen van overbescherming te zijn:

  • De angst-gedreven overbescherming: angstige ouders, die zo bang zijn dat er iets misgaat, dat ze alle problemen voor hun kind oplossen.
  • De ego-betrokken overbescherming: overmatig kinderen complimenteren terwijl het niet nodig of wenselijk is en eventuele mislukkingen – die we allemaal dagelijks meemaken in het leven – wijten aan anderen: de juf, de andere kinderen, etc.

Een andere term voor ouders, die overbeschermend zijn is “hyperouders.” Circa 19% van de ouders schijnt hier last van te hebben. Kenmerken daarvan zouden zijn, dat ze:

  • Het kind willen redden voordat het in de problemen is gekomen. Waardoor een gevoel van zelfvertrouwen en het zèlf je problemen oplossen moeilijk tot ontwikkeling komt. Hierdoor kunnen deze kinderen als ze volwassen zijn minder zelfvertrouwen hebben en verwachtingen en wensen hebben, dat een ander ze komt helpen of redden. Terwijl ze zichzelf zouden kunnen redden. Dus minder autonomie.
  • Schijnveiligheid bieden. Kinderen mogen bijvoorbeeld niet buiten spelen of op het klimrek klimmen. Niet alleen is dit remmend op de ontwikkeling van motorische vaardigheden (het beheersen van je ledematen, coördinatie, evenwicht, kracht, automatiseren van bewegingen). Maar ook leren ze geen risico in te schatten. Als je een keer gevallen bent, weet je waar je op moet letten omdat een volgende keer te voorkomen. Dit kan later zelfs leiden tot wat je niet wil als ouder: namelijk ècht risicovol gedrag.

 

Frustraties

Het niet accepteren dat je kinderen frustraties hebben, maakt dus gek genoeg het leven zwaarder voor kinderen. Ze kunnen egocentrischer en angstig worden. Een verminderde frustratietolerantie, het kunnen omgaan met frustraties en tegenslagen, is belemmerend voor de motivatie, het trouw zijn aan jezelf en wat je wilt.

Regelmatig heb ik oudergesprekken over opvoedings- en gedragsissues. Door duidelijk en liefdevol consequent te zijn ontstaat vaak al rust in de gezinssituatie. Het wonderlijke is dat ouders denken dat ze te streng zijn als ze normale grenzen stellen en ze denken dat de kinderen daardoor ongelukkiger zijn. Het omgekeerde is vaak waar: door de duidelijkheid die ze bieden en doordat kinderen weten wat niet mag, maar vooral ook wat wèl mag, heb ik vaak gemerkt dat kinderen vrolijker zijn, beter gaan spelen, socialer worden, meer worden geaccepteerd door leeftijdsgenootjes en fysiek actiever worden.

Feest

Ik word nog steeds enthousiast van de Loesje slogan: “het leven is een feest, maar je moet zelf de slingers ophangen.” Door een positieve opvoeding gericht op de ontwikkeling van kind, waarbij het kind vertrouwen krijgt in zichzelf en bemoedigd wordt groeit het kind. Dan kun je als ouders geleidelijk een deel van de verantwoordelijkheid loslaten en wordt het kind autonomer en kan het zelf zijn of haar slingers gaan ophangen.

Het gaat om een balans in de opvoeding. Een kind verwaarlozen en alles zelf laten oplossen wat het niet kan, is niet wat wordt bedoeld. Het is een proces van kinderen geleidelijk meer verantwoordelijkheid geven voor hun eigen ontwikkeling. Kinderen gewoon fouten laten maken, omdat dat prima is. We leren immers van onze fouten. Een probleem van deze tijd is het perfectionisme en de doorgeschoten controle-drang.

Meesteropvoeder

Ik ben enthousiast voor de boeken van meesteropvoeder Steve Biddulph. Helaas is de Nederlandse vertaling van zijn boek The Complete Secret of Happy Children alleen nog via de bibliotheek of antiquarisch te krijgen. Het boek heet: Het geheim van een blije opvoeding. Hij behandelt thema’s als: hoe praat je met je kind en het belang van op één lijn zitten als ouders. Als ouders niet passief en ook niet agressief zijn, etc. Hij heeft ook een uitstekend boek geschreven over de rol van vaders in de opvoeding en het verschil in het opvoeden van jongens en meisjes.

Denkt u eens na en bespreek het met elkaar: staan wij toe dat onze kinderen frustraties hebben – zoals wij allen – en bemoedigen en helpen we het kind waar nodig om dit zelf op te lossen, voor zover dat mogelijk en wenselijk is. Of hebben we eigenlijk geen vertrouwen in ons kind of de wereld en willen we alle obstakels wegnemen?

Als u kiest voor het eerste, kunt u misschien úw Curlingbezems opbergen in de bezemkast om ze er pas uit te halen als ze echt nodig zijn.

René Slot, arts en directeur Paracelsus Medisch Centrum